Wetgeving omtrent steenmarters? Dit moet je weten!

De steenmarter is een beschermde diersoort volgens de Flora- en faunawet (Ffwet). Dat betekent dat steenmarters niet gevangen, verjaagd of gedood mogen worden, ook niet als ze overlast veroorzaken in uw omgeving of in uw huis. Bij overtreding van de Flora- en faunawet kunt u te maken krijgen met een overtreding, danwel misdrijf, krachtens de wet op de economische delicten (WED). Bestrijding van de steenmarter is dus niet legaal. De apparaten die op deze website staan zijn bedoeld om te voorkomen dat u met steenmarters te maken krijgt, dat mag wel.


Flora- en faunawet (Ffwet)

Hieronder de relevante wetsteksten uit de flora- en faunawet, met betrekking tot de steenmarter (die is aangemerkt als beschermde diersoort).

Paragraaf 2.Bepalingen betreffende dieren in hun natuurlijke leefomgeving

Artikel 9

Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen.

Artikel 10

Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten.

Artikel 11

Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren.

Artikel 12

Het is verboden eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen.

Paragraaf 3. Bepalingen betreffende het bezit, het vervoer en de handel

Artikel 13 1. Het is verboden:

a. planten of producten van planten, of dieren dan wel eieren, nesten of producten van dieren, behorende tot een beschermde inheemse of beschermde uitheemse plantensoort onderscheidenlijk een beschermde inheemse of beschermde uitheemse diersoort, of

b. te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, ten vervoer aan te bieden, af te leveren, te gebruiken voor commercieel gewin, te huren of te verhuren, te ruilen of in ruil aan te bieden, uit te wisselen of tentoon te stellen voor handelsdoeleinden, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen of onder zich te hebben.

Paragraaf 4. Overige verbodsbepalingen

Artikel 14

1.Het is verboden dieren of eieren van dieren in de vrije natuur uit te zetten. 2.Het is verboden planten behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten in de vrije natuur te planten of uit te zaaien. 3.Het is verboden planten of dieren, behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen soorten, onder zich te hebben, binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te koop te vragen, te kopen of te verwerven, ten verkoop voorradig of voorhanden te hebben, te verkopen of ten verkoop aan te bieden, te vervoeren, ten vervoer aan te bieden of af te leveren, te gebruiken voor commercieel gewin, te huren of te verhuren, te ruilen of in ruil aan te bieden. 4.Krachtens het tweede en derde lid kunnen slechts worden aangewezen soorten die een gevaar kunnen opleveren voor het voortbestaan van beschermde inheemse dier- of plantensoorten of die aanmerkelijke verslechtering kunnen veroorzaken van omstandigheden die voor het voortbestaan van die soorten noodzakelijk zijn.

De complete flora- en faunawet kunt u bekijken via deze link of via onze linkpagina.

Wet op de economische delicten (WED)

Artikel 1a

Economische delicten zijn eveneens:

  • 1°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: de Flora- en faunawet, artikel 13, eerste lid.
  • 2°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: de Flora- en faunawet , de artikelen 8 , 9 , 11 , 12a, 14, eerste, tweede en derde lid , 15, eerste en tweede lid , 15a , 15b , 17 , 18, eerste lid , 26, derde en vijfde lid , 47, 73, 75e en 79, tweede lid.
  • 3°. overtredingen van voorschriften, gesteld bij of krachtens: de Flora- en faunawet, de artikelen 10, 16, 37, eerste en tweede lid, 38, eerste lid, 50, eerste, tweede en derde lid, 51, 52, 53, 54, eerste lid, 58, 59, tweede lid, 60, vijfde lid, 62, eerste lid, 63, eerste lid, 64, tweede lid, 67, zesde lid, 72, vijfde lid, 74, eerste lid, 74a, eerste lid, 81, eerste lid, en 111, eerste lid.

Artikel 2

  • 1. De economische delicten, bedoeld in artikel 1, onder 1° en 2° , en artikel 1 a , onder 1° en 2° , zijn misdrijven, voor zover zij opzettelijk zijn begaan; voor zover deze economische delicten geen misdrijven zijn, zijn zij overtredingen.
  • 3. De economische delicten, bedoeld in artikel 1, onder 3°, zijn misdrijven of overtredingen, al naar gelang zij in de desbetreffende voorschriften als misdrijf dan wel als overtreding zijn gekenmerkt.

Artikel 4

Waar in deze wet in het algemeen of in het bijzonder wordt gesproken van een economisch delict, dat een misdrijf oplevert, wordt medeplichtigheid aan en poging tot zodanig delict daaronder begrepen, voor zover niet uit enige bepaling het tegendeel volgt.

Titel II. Van de straffen en maatregelen

Artikel 5

Tenzij bij de wet anders is bepaald, kunnen ter zake van economische delicten geen andere voorzieningen met de strekking van straf of tuchtmaatregel worden getroffen dan de straffen en maatregelen, overeenkomstig deze wet op te leggen.

Artikel 6

  • 1. Hij, die een economisch delict begaat, wordt gestraft:
    • 1°. in geval van misdrijf, voor zover het betreft een economisch delict, bedoeld in artikel 1, onder 1° , of in artikel 1 a , onder 1° , met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, taakstraf of geldboete van de vijfde categorie;
    • 2°. in geval van een ander misdrijf met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, taakstraf of geldboete van de vierde categorie;
    • 3°. in geval van overtreding, voor zover het betreft een economisch delict bedoeld in artikel 1, onder 1° , of in artikel 1 a , onder 1° , met hechtenis van ten hoogste een jaar, taakstraf of geldboete van de vierde categorie;
    • 4°. in geval van een andere overtreding, met hechtenis van ten hoogste zes maanden, taakstraf of geldboete van de vierde categorie.


Geldboetes steenmarter doden, verwonden, vangen, bemachtigen

Geldboete

Voor kleine overtredingen staat de hoogte van de geldboete vast. Grotere overtredingen zijn verbonden aan een categorie waarvoor het maximumbedrag is vastgelegd. De rechter of officier van justitie bepalen in dat geval de daadwerkelijke hoogte van de boete. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) int de boetes.

Kleine overtredingen

Voor kleine overtredingen staat de hoogte van de geldboete vast. Zo kost zwart reizen met de trein € 75, openbare dronkenschap € 60 en wildplassen € 90. Een overzicht van alle boetes voor kleine overtredingen staat in de boetedatabase van het Openbaar Ministerie. Sinds 1990 worden deze boetes administratief afgehandeld, zonder dat er een rechter aan te pas komt.

Grotere overtredingen

Grotere strafbare feiten kunnen ook bestraft worden met een geldboete. Wettelijk zijn alle strafbare feiten verbonden aan een categorie. Per categorie is een maximale hoogte vastgesteld.

De hoogte hiervan is per 1 januari 2010:

  • Categorie 1: € 380
  • Categorie 2: € 3.800
  • Categorie 3: € 7.600
  • Categorie 4: € 19.000
  • Categorie 5: € 76.000
  • Categorie 6: € 760.000

Diefstal is bijvoorbeeld een strafbaar feit van de 4e categorie. Dit betekent dat maximaal een boete van € 19.000 kan worden opgelegd. Alle misdrijven en overtredingen tegen steenmarters vallen in de 4e en 5e categorie. Dat betekent dus dat u een boete kunt krijgen tot € 19.000 of zelfs € 76.000 (in combinatie met hechtenis) bij bestrijding, verjagen, verstoren, vangen en vermoorden van steenmarters.

De complete wet op de economischie delicten kunt u bekijken via deze link of via onze linkpagina.

Steenmarter effectief verjagen en/of verdrijven

Buitenhuis ultrasoon verjager

Bekijken

Binnenhuis ultrasoon verjager

Bekijken

Anti marter-spray

Bekijken
Bekijk alle ultrasoon verjagers Bekijk alle anti marter-sprays